Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA)

Wat is psychosociale arbeidsbelasting?

Onder Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA) vallen alle factoren op het werk die stress kunnen veroorzaken. Stress is hierbij (in de wet) omschreven als ‘een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft’. Belangrijke factoren die stress kunnen veroorzaken zijn:

  • Werkdruk.
  • Agressie en ongewenste omgangsvormen.

Al deze PSA-factoren kunnen zich tijdens werkzaamheden in bouw, onderhoud en beheer voordoen. Ze verdienen dus ook allemaal aandacht bij projecten op dit terrein.

Wat zijn de risico’s?

Stress door PSA vormt vooral een risico als de stressgevoelens ernstige en/of langdurige vormen aannemen. Ze kunnen leiden tot psychische klachten zoals slaapproblemen, vermoeidheid, somberheid en depressie. Daarnaast kunnen ze leiden tot overspannenheid of een burn-out. Ook beïnvloeden ze de cognitieve vermogens en vaardigheden om met problemen om te gaan. Hierdoor verhogen ze ook de kans op fouten en ongevallen. Verder zijn deze stressgevoelens een bron van langdurig verzuim en hebben ze een ongunstig effect op leefstijl.

Stress kan daarnaast leiden tot allerlei lichamelijke klachten, zoals een gejaagd gevoel, hartkloppingen, een hoge bloeddruk en veel zweten. Op de lange termijn vergroot stress de kans op hart- en vaatziekten en diabetes.

Met deze opeenstapeling van mogelijke negatieve gevolgen is stress door PSA zowel een gezondheids- als een veiligheidsrisico. Hij vormt een bedreiging voor het werkplezier, de werkprestaties en de duurzame inzetbaarheid van de mensen die bij een project voor bouw, onderhoud en beheer betrokken zijn.

Direct naar Werkdruk Direct naar Ongewenste omgangsvormen



Werkdruk


Wat zijn de risico’s?

Werkdruk is een PSA-factor die bij bouw, onderhoud en beheer om bijzondere aandacht vraagt voor goede projectplanning. Hoe realistisch zijn de deadlines, hoeveel ruimte is er ingebouwd voor tegenvallers en onvoorziene omstandigheden, wat gebeurt er bij overschrijdingen? De wijze waarop een project in de ontwerpfase wordt ingericht, heeft bijzonder grote én verreikende invloed op de werkdruk in de uitvoeringsfase.

Het gaat bovendien om de werkdruk voor álle partijen die in deze uitvoeringsfase bij het project betrokken zijn. Dat kunnen eigen werknemers zijn, maar ook eventuele zzp’ers, het personeel van aannemers en onderaannemers en de medewerkers van bij het project betrokken uitzendwerkgevers. Het is belangrijk dat de partijen die samen het project inrichten zich bewust zijn van hun grote invloed en verantwoordelijkheid op dit punt.

Factoren die het ontstaan en de omvang van werkdruk beïnvloeden zijn onder meer:

  • De hoeveelheid werk
  • Het vereiste werktempo
  • Gebrek aan steun van collega’s en leidinggevenden
  • Conflicten
  • Geen of weinig terugkoppeling over de werkzaamheden en het functioneren
  • Gebrek aan een open werkcultuur
  • Slechte of onhaalbare planningen.


Welke preventieve maatregelen zijn vereist?

Het is belangrijk maatregelen te nemen om overmatige werkdruk zo veel mogelijk te voorkomen. Dit moet volgens de wet gebeuren in de hieronder aangegeven volgorde. Voor werkgevers zijn dit actiepunten waar zij zelf mee aan de slag moeten. Voor opdrachtgevers zijn het checkpunten waarop zij horen te controleren: hebben alle betrokken werkgevers en zelfstandigen ze goed geregeld?

Werkdruk voorkomen

  • Zorg voor een goede projectplanning. Ben je betrokken bij het ontwerp en de planning van het project, wees je dan bewust van de invloed die je hebt op de werkdruk die alle betrokken partijen ervaren.
  • Probeer bij het afsluiten van contracten al rekening te houden met ruimte in de planning voor onvoorziene omstandigheden.
  • Stel geen irreële eisen als zich onvoorziene tegenvallers voordoen, ga samen met alle betrokkenen na wat in de nieuw ontstane situatie reëel is.
  • Zie erop toe dat het werk goed is georganiseerd, zodat bij het project betrokken medewerkers niet onnodig onder druk komen te staan. Let er in het bijzonder op dat:
    • Afspraken en uit te voeren werkzaamheden duidelijk zijn.
    • Benodigde materialen en gereedschappen tijdig aanwezig en in orde zijn.
    • Problemen en conflicten met andere partijen zo veel mogelijk worden voorkomen en anders zo snel mogelijk in goed onderling overleg worden opgelost.

Werkdruk zo veel mogelijk beperken

  • Informeer alle betrokkenen regelmatig over de gang van zaken, de voortgang en eventuele wijzigingen in het project, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.
  • Zorg bij constante hoge werkdruk op teamniveau voor extra capaciteit of pas de planning aan om de werkdruk verlagen.
  • Probeer bij individuele knelpunten de werkdruk te beperken door het werk waar mogelijk anders over het team te verdelen.

Tip: in arbocatalogi van aanverwante branches en sectoren zijn veel praktische tips en oplossingen te vinden. Op de FLOW Arbo Portal staan verdiepende informatie en tools over werkdruk bij kantoor- en thuiswerk. Deze informatie is ingericht per doelgroep.


Wat moet er nog meer gebeuren?

Voorlichting en toezicht
Werknemers kunnen de preventieve maatregelen alleen correct toepassen en respecteren als ze weten wat de risico’s van werkdruk zijn en welke maatregelen ertegen zijn genomen. Hiervoor is voorlichting nodig. Ook is het zaak de kennis regelmatig op te frissen. Een belangrijk aandachtspunt is het herkennen van signalen van stress door werkdruk bij jezelf en bij anderen.

Om zeker te stellen dat iedereen zich aan alle maatregelen houdt, moet er ook toezicht zijn. Dit betekent dat leidinggevenden erop letten of iedereen de afspraken naleeft. En dat zij mensen die dit niet doen direct corrigeren.

Tip: maak bij de voorlichting gebruik van de praktische tips & tools en de stresstest van FLOW en informatie van de Nederlandse Arbeidsinspectie en op het Arboportaal van de Rijksoverheid.

Ongewenste omgangsvormen


Wat zijn de risico’s?

Ongewenst gedrag is de verzamelterm voor de PSA-factoren discriminatie, seksuele intimidatie, pesten, agressie en geweld. Deze kunnen zich binnen elke organisatie en elk project voordoen, zowel door werkgevers en collega’s als derden zoals huurders.

  • Bij discriminatie wordt direct of indirect onderscheid gemaakt tussen werknemers op basis van afkomst, geslacht, seksuele geaardheid, leeftijd, handicap of chronische aandoening, politieke gezindheid, arbeidsrelatie (fulltime of parttime), arbeidscontract, burgerlijke staat, nationaliteit, godsdienst of levensbeschouwing. Leidend is of iets in de praktijk discriminerend uitpakt, niet of dit ook het vooropgezette doel was.
  • Seksuele intimidatie is elke vorm van toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander seksueel getint gedrag (verbaal, non-verbaal of fysiek) op het werk die als ongewenst wordt ervaren. Omdat iedereen zelf bepaalt waar de grens tussen gewenst en ongewenst ligt, kan het lastig zijn om seksuele intimidatie met zekerheid aan te wijzen. Het vindt ook niet altijd opzettelijk plaats. Leidend is hoe de ontvanger het ervaart, niet wat de intentie van de dader is.
  • Pesten op het werk kan allerlei gedaanten hebben. Denk bijvoorbeeld aan kleinerende opmerkingen, constante kritiek, intimidatie, flauwe grappen, roddelen en isolatie. Ook hierbij is leidend hoe de ontvanger het ervaart, niet wat de intentie van de dader is.
  • Agressie en geweld zijn er ook in verschillende vormen. Drie bekende zijn:
    • Verbale agressie: uitschelden, schreeuwen of overmatig fel in discussie gaan
    • Fysieke agressie: schoppen, duwen, slaan, spugen, vernielen of beroven
    • Psychische agressie: iemand mondeling of schriftelijk bedreigen, chanteren of vernederen.

In alle gevallen kan stress door ongewenst gedrag zeer ernstige vormen aannemen. Hierdoor vormt deze vorm van PSA in de eerste plaats een bedreiging voor het werkplezier en de goede samenwerking. Daarnaast is hij een bron van fouten, ongevallen, verzuim en psychische en fysieke gezondheidsproblemen.


Welke preventieve maatregelen zijn vereist?

Het is belangrijk maatregelen te nemen om ongewenst gedrag zo veel mogelijk te voorkomen. Dit moet volgens de wet gebeuren in de hieronder aangegeven volgorde. Voor werkgevers zijn dit actiepunten waar zij zelf mee aan de slag moeten. Voor opdrachtgevers zijn het checkpunten waarop zij horen te controleren: hebben alle betrokken werkgevers en zelfstandigen ze goed geregeld?

Ongewenst gedrag voorkomen

  • Stel duidelijke regels en gedragscodes op over ongewenst gedrag. Maak hierin glashelder dat geen enkele vorm van ongewenst gedrag door de organisatie wordt geaccepteerd.
  • Houd in de regels en gedragscodes rekening met alle mogelijke vormen van ongewenst gedrag:
    • Agressie en geweld
    • Seksuele intimidatie
    • Pesten
    • Discriminatie
  • Houd ook rekening met de situaties waarbinnen het gedrag zich kan voordoen:
    • Binnen de woningcorporatie
    • Op bouwplaatsen
    • Bij contacten met bewoners
    • Bij contacten met derden
  • Verbind in de regels en gedragscodes duidelijke sancties aan overtredingen.
  • Communiceer actief over de aanwezigheid van de regels en gedragscodes. Doe dit ook bij aanvang van tijdelijke projecten.
  • Zorg dat alle communicatie laagdrempelig en voor iedereen te begrijpen is. Houd hierbij ook rekening met eventuele taal- en cultuurverschillen.
  • Zorg ervoor dat alle leidinggevenden voorbeeldgedrag vertonen.

Ongewenst gedrag zo veel mogelijk beperken

  • Zorg ervoor dat alle leidinggevenden alert zijn op ongewenst gedrag binnen en buiten hun team.
  • Zorg dat slachtoffers en getuigen van ongewenst gedrag vertrouwelijk hun verhaal kwijt kunnen, zich gehoord voelen en professionele begeleiding krijgen bij de keuze om het gedrag wel of niet formeel te melden. Stel een vertrouwenspersoon aan, bij voorkeur zowel intern als extern.
  • Stel een klachtenprocedure en een protocol op voor het formeel melden en afhandelen van klachten over ongewenst gedrag:
    • Wanneer melden
    • Hoe melden
    • Bij wie melden (vertrouwenspersoon, leidinggevende, projectverantwoordelijke)
    • Procedure voor afhandeling (behandelaar, hoor en wederhoor, uitspraak)
    • Sanctiebeleid
    • Nazorg en mogelijkheden voor bemiddeling
  • Zorg dat de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon, de klachtenprocedure en het protocol bij iedereen bekend zijn.

Tip: in arbocatalogi van aanverwante branches en sectoren zijn veel praktische tips en oplossingen te vinden, zie bijvoorbeeld dit exemplaar voor de technieksector. Op de FLOW Arbo Portal staan verdiepende informatie en tools over ongewenst gedrag door huurders, collega’s of leidinggevenden. Deze informatie is per doelgroep ingericht.


Wat moet er nog meer gebeuren? 

Voorlichting en toezicht
Werknemers kunnen de preventieve maatregelen alleen correct toepassen en respecteren als ze weten wat de risico’s van ongewenst gedrag zijn en welke maatregelen ertegen zijn genomen. Hiervoor is voorlichting nodig. Ook is het zaak de kennis regelmatig op te frissen. Een belangrijk aandachtspunt is het herkennen van ongewenst gedrag en het belang van het melden ervan.

Om zeker te stellen dat iedereen zich aan alle maatregelen houdt, moet er ook toezicht zijn. Dit betekent dat leidinggevenden erop letten of iedereen de afspraken naleeft. En dat zij mensen die dit niet doen direct corrigeren.

Tip: maak bij de voorlichting gebruik van de Toolbox Ongewenst Gedrag van Volandis en informatie van de Nederlandse Arbeidsinspectie en op het Arboportaal van de Rijksoverheid.

Controlepunten PSA: is de aanpak afdoende?

Wil of moet je zekerstellen dat een aanpak voor PSA effectief is en aan de wettelijke voorschriften voldoet? Check deze dan op de volgende punten:

  • Wordt PSA zoveel mogelijk voorkomen?
  • Is er zowel aandacht voor werkdruk als voor ongewenst gedrag?
  • Worden de juiste maatregelen genomen, in de volgorde die de wet voorschrijft?
  • Is er voorlichting gegeven over de verschillende soorten PSA en de te nemen maatregelen? Niet alleen in algemene zin maar (indien van toepassing) ook project specifiek?
  • Is er toezicht het gebied van PSA? Let vooral op:
    • Voorbeeldgedrag.
    • (Omgang met) signalen vanaf de werkvloer.
    • Naleving gedragscode en afspraken.
    • Werktempo.

Deze controlepunten zijn ook opgenomen in de Centrale Checklist Werkplekinspectie voor bouw, onderhoud en beheer. Hiermee controleer je systematisch of aan álle risico’s passende maatregelen zijn gekoppeld.

Download Centrale Checklist Werkplekinspectie

Disclaimer

De webpagina's in de Arbo Portal bevatten algemene informatie over de Arbowetgeving en zijn bedoeld ter ondersteuning van bewustwording en kennisdeling. Ze bieden geen juridisch advies. De inhoud is zorgvuldig samengesteld, maar we kunnen niet garanderen dat deze volledig, up-to-date of toepasbaar is op elke specifieke situatie. Gebruik ervan is op eigen risico. Voor professioneel advies of bij twijfel over de toepassing van wet- en regelgeving, raden we aan contact op te nemen met een juridisch specialist. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit het gebruik van deze informatie.