Werkplekken met beperkte bewegingsruimte

Wat zijn de risico’s?

Werkzaamheden in bouw, onderhoud en beheer vinden soms plaats op plekken met een beperkte bewegingsruimte, zoals kruipruimten. Het werk op zulke plekken brengt veel risico’s met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Verzakkings- en instortingsgevaar
  • Een onveilige atmosfeer (te hoog of te laag zuurstofgehalte, ophoping van gevaarlijke gassen of dampen, explosiegevaar)
  • Elektrocutiegevaar door contact met elektriciteitsleidingen, geleidende constructiedelen of vocht
  • Beknellingsgevaar
  • Fysieke belasting door ongunstige werkhoudingen
  • Blootstelling aan biologische agentia (bijvoorbeeld door uitwerpselen of stoffelijke resten van ongedierte)
  • Hoge of lage temperatuur
  • Onvoldoende licht
  • Moeilijke toegankelijkheid en redding bij calamiteiten.

Een belangrijk aandachtspunt bij deze risico’s is dat ze vaak al optreden bij de inspectie en werkvoorbereiding. Het is daarom cruciaal dat werknemers ook deze taken uiterst zorgvuldig en veilig uitvoeren. Het kan levensgevaarlijk zijn om de ruimte hiervoor zonder de juiste voorzorgsmaatregelen te betreden.

Welke preventieve maatregelen zijn vereist?

Het is belangrijk maatregelen te nemen om de risico’s van werken op plekken met beperkte bewegingsruimte zo veel mogelijk te voorkomen. Dit moet volgens de wet gebeuren in de hieronder aangegeven volgorde. Voor werkgevers zijn dit actiepunten waar zij zelf mee aan de slag moeten. Voor opdrachtgevers zijn het checkpunten waarop zij horen te controleren: hebben alle betrokken werkgevers en zelfstandigen ze goed geregeld?

Taak Risico Analyse (TRA)

  • Stel voorafgaand aan de werkzaamheden een Taak Risico Analyse op (gebruik daarvoor de PowerPoint Toolbox en het Excelbestand Tool). Dit is noodzakelijk omdat er sprake kan zijn van zeer diverse en risicovolle werkzaamheden. Bespreek de uitkomsten met alle betrokkenen.
  • Betreed de ruimte niet zolang de omstandigheden geen veilige inspectie mogelijk maken. Denk bijvoorbeeld aan instortingsgevaar, de aanwezigheid van water en mogelijke ophoping van gevaarlijke gassen of dampen door afwezigheid van voldoende natuurlijke ventilatie.

Voorkomen of beperken bij de bron

  • Houd bij nieuwbouw al in de ontwerpfase rekening met de risico’s die ruimten met een beperkte bewegingsruimte opleveren. Kies voor voldoende hoge en grote kruip- en installatieruimten en zorg voor voldoende natuurlijke ventilatie.
  • Ga bij bestaande bouw na of het in de ruimte geplande werk noodzakelijk is:
    • Kunnen de werkzaamheden ook buiten de ruimte worden uitgevoerd?
    • Is bij werkmethoden die in de ruimte risico’s opleveren een andere aanpak mogelijk, bijvoorbeeld knelfittingen toepassen in plaats van lassen of solderen?
  • Gebruik in een vochtige kruipruimte gereedschap op accu in plaats van gereedschap op 230 V.

Maatregelen voor collectieve bescherming

  • Sluit de mogelijke aanwezigheid van een onveilige atmosfeer uit door voldoende natuurlijke ventilatie zeker te stellen. Er moet een voelbare luchtstroom zijn. Houd hierbij rekening met de eigenschappen van de gassen en dampen die in de ruimte aanwezig kunnen zijn. Of deze zwaarder of lichter zijn dan gewone lucht bepaalt hoe de ventilatie moet plaatsvinden.
  • Laat aanvullend onderzoek (metingen) doen als natuurlijke ventilatie niet mogelijk of voldoende is, om de veiligheid te beoordelen en benodigde maatregelen te bepalen.
  • Schakel de in de ruimte aanwezige elektriciteitsvoorziening uit. Gebruik uitsluitend losse verlichting en gereedschappen met een veilige spanning en plaats de spanningsbron buiten de ruimte.

Maatregelen voor individuele bescherming

  • Voorkom lang aaneengesloten werken in een ongemakkelijke en belastende werkhouding. Zorg dat werknemers regelmatig buiten de ruimte pauzeren en pas waar mogelijk gedurende de dag taakroulatie toe.
  • Zorg dat werknemers die werk uitvoeren op werkplekken met beperkte bewegingsruimte beschikken over een alarmeringspartner. Let hierbij op de volgende aandachtspunten:
    • De werknemer moet alarm kunnen slaan bij een noodsituatie in de kruipruimte, maar ook tijdig gealarmeerd kunnen worden over noodsituaties daarbuiten.
    • De alarmeringspartner moet buiten de ruimte blijven en waarschuwt in geval van nood de professionele hulpdiensten.
    • De alarmeringspartner staat in voortdurend contact met de werknemer in de ruimte. Hij mag zich alleen van de toegang tot de ruimte verwijderen als dit voortdurende contact is zekergesteld via technische alarmmiddelen (bijvoorbeeld portofoons). Deze moeten in de ruimte goed functioneren.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Naar aanleiding van de uitkomst van aanvullend onderzoek/metingen kunnen er persoonlijke beschermingsmiddelen worden voorgeschreven, zoals een gas- of zuurstofmeter of adembescherming.

    Zie voor meer informatie over risico’s en maatregelen de Arbocatalogus kruipruimten van ArboTechniek.

    Wat moet er nog meer gebeuren?

    Voorlichting en toezicht
    Werknemers kunnen de preventieve maatregelen alleen correct toepassen en respecteren als ze weten wat de risico’s bij werk in een ruimte met beperkte bewegingsruimte zijn en welke maatregelen ertegen zijn genomen. Hiervoor is voorlichting nodig. Ook is het zaak de kennis regelmatig op te frissen.

    Om zeker te stellen dat iedereen zich aan alle maatregelen houdt, moet er ook toezicht plaatsvinden. Dit betekent dat leidinggevenden erop letten of iedereen de afspraken naleeft. En dat zij mensen die dit niet doen direct corrigeren.

    Controlepunten werkplekken met beperkte bewegingsruimte: is de aanpak afdoende?

    Wil of moet je zekerstellen dat een aanpak voor werkplekken met beperkte bewegingsruimte effectief is en aan de wettelijke voorschriften voldoet? Check deze dan op de volgende punten:

    • Wordt er een Taak Risico Analyse uitgevoerd in verband met risicovolle werkzaamheden?
    • Wordt werken op plekken met beperkte bewegingsruimte waar mogelijk voorkomen?
    • Worden de juiste preventieve maatregelen genomen, en gebeurt dit in de volgorde die de wet voorschrijft?
    • Zijn alle betrokkenen geïnstrueerd over de risico’s en te nemen preventieve maatregelen?
    • Is de alarmering bij noodsituaties afdoende geregeld?
    • Is er toezicht op het naleven van alle preventieve maatregelen?

    Deze controlepunten zijn ook opgenomen in de Centrale Checklist Werkplekinspectie voor bouw, onderhoud en beheer. Hiermee controleer je systematisch of aan álle risico’s passende maatregelen zijn gekoppeld.

    Download Centrale Checklist Werkplekinspectie

    Disclaimer

    De webpagina's in de Arbo Portal bevatten algemene informatie over de Arbowetgeving en zijn bedoeld ter ondersteuning van bewustwording en kennisdeling. Ze bieden geen juridisch advies. De inhoud is zorgvuldig samengesteld, maar we kunnen niet garanderen dat deze volledig, up-to-date of toepasbaar is op elke specifieke situatie. Gebruik ervan is op eigen risico. Voor professioneel advies of bij twijfel over de toepassing van wet- en regelgeving, raden we aan contact op te nemen met een juridisch specialist. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit het gebruik van deze informatie.